Ik word wat ik zie in mijzelf.
Alles wat de gedachte in mij suggereert, kan ik doen;
alles wat de gedachte in mij openbaart, kan ik worden.
Dit zou het onwrikbare geloof moeten zijn van de mens in zichzelf,
omdat God in hem woont.

Sri Aurobindo, grondlegger van de Integrale Yoga

Ware volkomenheid lijkt onvolkomen,
toch is dat al volkomenheid op zich.
Ware volheid lijkt leeg,
toch is het volledig aanwezig.

Het ware recht lijkt krom.
Ware wijsheid lijkt dwaas.
Ware kunst lijkt geen kunst.

De Meester laat dingen gebeuren.
Ze neemt alles zoals het komt.
Ze doet een stap opzij
en laat de Tao voor zich spreken.

De Tao Te Ching, vrij vertaald 'Het Boek van de Weg' is een eeuwen oude, tijdloze gids over de levenskunst, geschreven door Lao Tzu. Zijn hoofdfiguur, de Meester, leeft in harmonie met de Tao, de onherleidbare essentie van het universum.
Als we ons eraan overgeven, zoals de Meester ons leert, voelen we ons heel
.

"The Hour of God"

When darkness deepens strangling the earth’s breast

And man’s corporeal mind is the only lamp,
As a thief’s in the night shall be the covert tread
Of one who steps unseen into his house.
A Voice ill-heard shall speak, the soul obey,
A Power into mind’s inner chamber steal,
A charm and sweetness open life’s closed doors
And beauty conquer the resisting world,
The Truth-Light capture Nature by surprise,
A stealth of God compel the heart to Bliss
And earth grow unexpectedly divine.

uit Sri Aurobindo, Savitri pg. 55.

Als je iets wilt laten krimpen,

moet je het eerst laten opzwellen,

Als je je ergens van wilt ontdoen,

moet je het laten gedijen.

Als je iets wilt nemen,

moet je het je eerste laten geven.

Dit noem je het subtiele inzicht

in hoe de dingen zijn.


De zachtheid overwint de hardheid.

De traagheid overwint de snelheid.

Laat je handelingen een mysterie blijven,

Laat de mensen alleen de resultaten.

 

De Tao Te Ching, vrij vertaald 'Het Boek van de Weg' is een eeuwen oude, tijdloze gids over de levenskunst, geschreven door Lao Tzu.
Zijn hoofdfiguur, de Meester, leeft in harmonie met de Tao, de onherleidbare essentie van het universum.
Als we ons eraan overgeven, zoals de Meester ons leert, voelen we ons heel
.

A Dream

There should be somewhere on earth a place which no nation could claim as its own, where all human beings of goodwill who have a sincere aspiration could live freely as citizens of the world and obey one single authority, that of the supreme Truth; a place of peace, concord and harmony where all the fighting instincts of man would be used exclusively to conquer the causes of his sufferings and miseries, to surmount his weaknesses and ignorance, to triumph over his limitations and incapacities; a place where the needs of the spirit and the concern for progress would take precedence over the satisfaction of desires and passions, the search for pleasure and material enjoyment.

In this place, children would be able to grow and develop integrally without losing contact with their souls; education would be given not for passing examinations or obtaining certificates and posts but to enrich existing faculties and bring forth new ones. In this place, titles and positions would be replaced by opportunities to serve and organise; the bodily needs of each one would be equally provided for, and intellectual, moral and spiritual superiority would be expressed in the general organisation not by an increase in the pleasures and powers of life but by increased duties and responsibilities. 

Beauty in all its artistic forms, painting, sculpture, music, literature, would be equally accessible to all; the ability to share in the joy it brings would be limited only by the capacities of each one and not by social or financial position.

For in this ideal place money would no longer be the sovereign lord; individual worth would have a far greater importance than that of material wealth and social standing. There, work would not be a way to earn one’s living but a way to express oneself and to develop one’s capacities and possibilities while being of service to the community as a whole, which, for its own part, would provide for each individual’s subsistence and sphere of action. 

In short, it would be a place where human relationships, which are normally based almost exclusively on competition and strife, would be replaced by relationships of emulation in doing well, of collaboration and real brotherhood.

The Mother, 1953.